Handige naaispullen

Natuurlijk heb je allereerst een naaimachine nodig. Koop vooral een machine die past bij wat jij ermee wilt doen! Laat je geen dure machine aansmeren, terwijl je eerst alleen lekker wilt oefenen en kleine projectjes wil maken. Voor advies mag je altijd contact opnemen. Natuurlijk kun je ook eerst een naaicursus volgen, zodat je weet dat je het leuk vindt. Bij ons staan de machines al voor je klaar, net als de spullen die je verder nog nodig hebt. Maar mocht je thuis ook aan de slag willen, dan kun je onderstaand lijstje aanhouden.
Wat je echt nodig hebt om te beginnen met naaien, zijn spelden in een speldenkussen of op een speldenmagneet, een stofschaar, een meetlint, patroonpapier, een tormesje en een naaimandje om alles in te bewaren. Verder gebruik je vaak stofkrijt of een speciale stift om op je stof belangrijke punten te tekenen, rijggaren en / of handgaren, naalden (omdat je soms iets met de hand moet naaien) een zoommaatje en strijkvliseline.

Stofjes

Wanneer je net begint met naaien, kun je het beste stof uitkiezen die niet rekt. Dit is echt nog te moeilijk, omdat je daarbij andere steken en instellingen moet gebruiken. Het is het beste om te beginnen met een goedkope katoenen stof. Als je hiervan een halve meter koopt, heb je voor kleinere werkstukken al ruim voldoende. Ook als je misschien eens een fout maakt. Soms is het grappig om twee stofjes te kiezen, die ook goed met elkaar kunnen worden gecombineerd. Als je dan restjes hebt, kun je met die twee stukken nog wat maken.
Stoffen zijn meestal 140 centimeter breed en ziiten dubbel gevouwen op de rol. De stofvouw wordt bij het knippen van kleiding vaak gebruikt als je een symetrisch patroondeel moet knippen. Deze stoffen hoeven echt niet meer dan 8 euro per meter te kosten.

Spelden

Het is het beste om stofjes die je aan elkaar wilt naaien eerst met spelden vast te spelden. Vaak werk je met een papieren patroon, dat je op stof speldt om het daar omheen uit te knippen. Probeer te spelden zonder hobbels, check goed of alles mooi glad ligt.
Meestal leg je de goede kanten van de stof op elkaar. Zo niet, staat dit vaak in de werkbeschrijving. De goede kant van de stof is de kant die de buitenkant moet worden.

Knippen

Stof knip je met een goede stofschaar. Knip met deze schaar nooit papier, want daar wordt je stofschaar bot van! Waardoor je hem niet meer kunt gebruiken om stof te knippen. Heb je een patroon netjes op de stof gespeld en ben je klaar om het uit te knippen, vergeet dan niet de naden (+/- 1 cm) er nog aan te knippen! Je knipt het patroon dus iets groter uit, deze ruimte (de naadbreedte) heb je nodig om te naaien.  Sommige mensen vinden het makkelijk om deze naadbreedte alvast te tekenen op het patroonpapier of op de stof rondom het hele patroon. Dat laatste doe je met een stofkrijtje en ook makkelijk hierbij is een zoommaatje.

Bij kleding moet je naast naden ook de zoom aan de onderrand er nog aanknippen (bijvoorbeeld aan de mouwen en het voor- en achterpand). Ongeveer 3 cm is vaak goed. Soms staat dit ook in de werkbeschrijving. De onderkant van een broek of rokje  kun je dan 2 keer dubbel  vouwen en vastnaaien.  Kijk maar eens naar de naden en zomen van de kleding die je in je kast hebt hangen.

Knip heel precies! Niet alleen omdat je de stof meestal dubbel knipt, maar ook omdat je dan een goed kloppend werkstuk kunt naaien. Het helpt om alles goed vast te spelden.

Naaien

Begin met stikken eerst een paar steekjes vooruit, dan achteruit over het stukje stiksel en stik dan nog een keer over dit stiksel, zodat de draad niet meer los kan gaan. Aan het eind van je stiksel ga je ook weer een paar steekjes achteruit en vooruit over de steken die je al hebt genaaid (ongeveer 1 cm is genoeg). Dit heet aanhechten en afhechten.

Oefen eerst even op een proeflapje hoe je mooi langs de kant kunt stikken, door met de rand van het voetje precies over de rand van de stof te gaan. Dan weet je ook gelijk hoe breed je naadbreedte is.

Begin met gemakkelijke werkstukken, zodat je eerst kunt oefenen met naaien. Op die manier maak je mooie dingen, terwijl je nog niet alles even goed onder de knie hebt. Dit stimuleert om door te gaan met werkstukken die een stukje moeilijker zijn.