Wat je moet weten voor je gaat naaien

Handige naaispullen

Natuurlijk heb je allereerst een naaimachine nodig. Koop vooral een machine die past bij wat jij ermee wilt doen! Laat je geen dure machine aansmeren, terwijl je eerst alleen lekker wilt oefenen en kleine projectjes wil maken. Voor advies mag je altijd contact opnemen. Natuurlijk kun je ook eerst een naaicursus volgen, zodat je weet dat je het leuk vindt. Bij ons staan de machines al voor je klaar, net als de spullen die je verder nog nodig hebt. Maar mocht je thuis ook aan de slag willen, dan kun je onderstaand lijstje aanhouden.
Wat je echt nodig hebt om te beginnen met naaien, zijn spelden in een speldenkussen of op een speldenmagneet, een stofschaar, een meetlint, patroonpapier, een tormesje en een naaimandje om alles in te bewaren. Verder gebruik je vaak stofkrijt of een speciale stift om op je stof belangrijke punten te tekenen, rijggaren en / of handgaren, naalden (omdat je soms iets met de hand moet naaien) een zoommaatje en strijkvliseline.

Spelden

Het is het beste om stofjes die je aan elkaar wilt naaien eerst met spelden vast te spelden. Vaak werk je met een papieren patroon, dat je op stof speldt om het daar omheen uit te knippen. Probeer te spelden zonder hobbels, check goed of alles mooi glad ligt.
Meestal leg je de goede kanten van de stof op elkaar. Zo niet, staat dit vaak in de werkbeschrijving. De goede kant van de stof is de kant die de buitenkant moet worden.

Knippen

Stof knip je met een goede stofschaar. Knip met deze schaar nooit papier, want daar wordt je stofschaar bot van! Waardoor je hem niet meer kunt gebruiken om stof te knippen. Heb je een patroon netjes op de stof gespeld en ben je klaar om het uit te knippen, vergeet dan niet de naden er nog aan te knippen! Je knipt het patroon dus iets groter uit, deze ruimte (de naadbreedte) heb je nodig om te naaien.  Sommige mensen vinden het makkelijk om deze naadbreedte alvast af te tekenen op het patroonpapier of op de stof rondom het hele patroon. Dat doe je met een stofkrijtje en ook makkelijk hierbij is een zoommaatje. (Van ongeveer 1 cm).

Bij kleding moet je naast naden ook de zoom aan de onderrand er nog aanknippen (bijvoorbeeld aan de mouwen en het voor- en achterpand). Ongeveer 3 cm is vaak goed. Soms staat dit ook in de werkbeschrijving. De onderkant van een broek of rokje  kun je dan 2 keer dubbel  vouwen en vastnaaien.  Kijk maar eens naar de naden en zomen van de kleding die je in je kast hebt hangen.

Knip heel precies! Niet alleen omdat je de stof meestal dubbel knipt, maar ook omdat je dan een goed kloppend werkstuk kunt naaien. Het helpt om alles goed vast te spelden.

Naaien

Begin met stikken eerst een paar steekjes vooruit, dan achteruit over het stukje stiksel en stik dan nog een keer over dit stiksel, zodat de draad niet meer los kan gaan. Aan het eind van je stiksel ga je ook weer een paar steekjes achteruit en vooruit over de steken die je al hebt genaaid (ongeveer 1 cm is genoeg). Dit heet aanhechten en afhechten.

Oefen eerst even op een proeflapje hoe je mooi langs de kant kunt stikken, door met de rand van het voetje precies over de rand van de stof te gaan. Dan weet je ook gelijk hoe breed je naadbreedte is. Voorbeeldfoto...

Kijk ook even bij de tutorials langs de kant stikken en hoekje omstikken.

Begrippenlijst

Aan- en afhechten: begin je met een stiksel dan hecht je eerst aan door de 1e cm over elkaar  weer achter- en vooruit te stikken. Hierdoor laat de draad niet meer los. Dit doe je ook aan het einde van het stiksel, dan heet het afhechten.

Afwerken: de randjes van de stof werk je af door er met een zig-zagsteek over te gaan. Hierdoor gaat het niet rafelen. Dit hoeft niet persé bij tricotstof.

Beleg: het deel dat je gebruikt om randen af te werken, bijvoorbeeld een ronde halslijn. Het heeft dezelfde vorm als de af te werken rand en wordt na het stikken naar binnen gevouwen. Voorbeeldfoto...

Bovendraad en onderdraad: de bovendraad komt van je garenklosje door de naald, de onderdraad komt van het spoeltje door de plaat. Tijdens het naaien maken deze twee draden steeds kleine lusjes tussen de twee stoflaagjes, dit is een steek.

Goede kant van de stof: is de kant van de stof die het mooiste is, de kant die je bij kleding aan de buitenkant ziet. Of in elk geval de kant van de stof die je aan de buitenkant van je werkstuk wilt zien.

Naden: het stiksel waarmee je twee delen stof aan elkaar naait. De naadbreedte is de extra aangeknipte stof buiten de patroonlijn, zodat twee delen aan elkaar gestikt kunnen worden.

Patroon: een voorbeeld op papier van datgene wat je wilt maken. Je trekt dit vaak over op patroonpapier, zodat je weet hoe groot je stof moet worden. Sommige mensen vinden het handig om alvast de naadbreedte en zoom hier bijaan te tekenen, zodat ze dit niet vergeten bij het knippen van de stof.

Bovenspanning: de spanning van de bovendraad van je machine kun je regelen d.m.v. de spanningsknop (zie boekje van je naaimachine). Dit kan soms nodig zijn bij dikker garen of dunnere stoffen, zodat de lusjes van je stiksel in de stof vallen. Bij een dikkere draad moet de spanning vaak wat hoger ingesteld worden. Verander altijd alleen je bovenspanning en nooit je onderspanning.

Spoeltje/spoelhuis: hier zit je onderdraad in opgespoeld. Het spoeltje kun je in en uit het spoelhuis halen. Sommige machines hebben een vast spoelhuis zoals de sew mini van Janome.

Steeklengte: Hoe lang de afstand is tussen waar de naald in de stof steekt. Bij rekbare stoffen kun je de steeklengte het beste iets vergroten.

Stofvouw: Stof koop je meestal dubbelgevouwen. De vouwrand heet de stofvouw. Soms moet je een patroondeel aan de stofvouw leggen. De stofbreedte is de breedte van de stof als deze niet dubbelgevouwen maar open ligt. De meest voorkomende stofbreedtes zijn 1.40 en 1.50 meter.

Verkeerde kant van de stof: is de kant van de stof die minder mooi is. De kant die bij kleding aan de binnenkant zit of die je bij jouw werkstuk aan de binnenkant wilt zien.

Vliegwiel: het ronde wiel aan de zijkant van je machine. Draai je eraan dan komt de naald in beweging. Draai dit wiel altijd (met de bovenkant) naar je toe. Anders loopt het mechaniek van de machine soms vast.

Vlieseline: je strijkt vlieseline op de verkeerde kant van je stof om het op die plek te verstevigen, bijvoorbeeld bij een kraag of klepje van een zak. Knip de vlieseline altijd zo groot als het patroondeel, dus zonder naadbreedte.

Voetje: het deel van de naaimachine waar de stof onderdoor loopt. Door de druk van dit voetje op de stof en de ondertransporteur (de tandjes onder het voetje), verplaatst de stof zich. Door de voethevel (aan de acherkant van je machine) omhoog of omlaag te zetten, zet je het voetje omhoog of omlaag op de stof.

Zoom: de onderrand, bijvoorbeeld de onderrand van een jasje. De zoom knip je aan en is breder dan een naad. Vaak 2,5 tot 3 centimeter. Kijk maar eens naar de onderrand van je broek of blouse.

Problemen oplossen

Mijn voetpedaal glijdt steeds weg: het is bij gladde vloeren handig om een antislipmatje onder je voetpedaal te leggen.

Ik kan niet goed bij het voetpedaal: Is de afstand tussen je voet en het pedaal te groot, gebruik dan een opstapje dat de goede hoogte heeft Je been moet ongeveer een hoek van 90 graden hebben.

Ik ben klaar met stikken en wat nu? Haal je voet van het pedaal en draai je naald omhoog door het vliegwiel naar je toe te draaien. Zet het voetje omhoog en trek je werk altijd naar achteren onder de machine vandaan. Trek zo’n 10 cm garen mee naar achteren en knip het dan aan de kant van je werkje af. Het eindje garen blijft dus aan de machine.

Mijn draad gaat steeds uit de naald: let op dat je bij het wegtrekken en afknippen van je werk altijd zo’n 10 cm garen laat hangen aan de machine. Houd je boven- en onderdraad de eerste paar steken van een nieuw stiksel vast.

Draadje trekt niet makkelijk weg:  wiebel even aan het vliegwiel todat je merkt dat je met je andere hand de draad weer makkelijk naar achteren kan trekken.

De steken zijn niet mooi : check of het spoeltje mooi is opgewonden. Als het rommelig is opgewonden geeft dat geen mooi resultaat. Ook moet je even kijken of de bovendraadspanning goed staat.

Mijn stiksel heeft lussen: let op dat je voethevel naar beneden hebt gedaan! Check of de machine op de juiste manier is ingeregen en of je draadspanning ongeveer op 4 staat.

Ik hoor een raar geluid in de machine: STOP met naaien!!! Haal je voet van het voetpedaal  af. Haal het spoeltje eruit, meestal zie je een prop draad in het spoelhuis. Haal de stekker eruit en haal de prop draad voorzichtig weg. Daarna kan je weer verder.  Nooit hard trekken of op de pedaal blijven drukken bij een raar geluid! Waarschijnlijk heb je per ongeluk genaaid met het voetje omhoog (zet deze weer omlaag met de voethevel) of de draad aan het begin van het stiksel niet vastgehouden.

 

Ideeën voor thuis

Hier moeten een paar werkbeschrijvingen komen voor eenvoudige werkjes.